Kusa & Pabhāwatī

 

Een oosters liefdesverhaal
 
Kusa en Pabhāwatī is een verhaal uit de boeddhistische Jātaka-verzameling. Jātaka betekent geboorteverhaal. Het zijn verhalen over een vroeger leven van Boeddha (de Verlichte), toen deze nog een Bodhisattva was, dat wil zeggen iemand die verlicht wil worden, maar dat nog niet is. Veel verhalen vinden hun oorsprong in de volkscultuur van het Oude India en hebben oorspronkelijk niets met het boeddhisme te maken. Sommige, zoals Kusa en Pabhāwatī gaan zelfs in tegen de geest van het boeddhisme. Toch gebruikten rondtrekkende boeddhistische predikers ze om hun preken aantrekkelijker te maken. Dit laat zien dat deze verhalen krachtiger zijn dan de religieuze moraal.

In Kusa en Pabhāwatī is Kusa een vroege reïncarnatie van de latere Boeddha, die als een hartstochtelijk minnaar het hart van Pabhāwatī tracht te veroveren. Een zeldzaam motief in de boeddhistische literatuur.

Boeddha leert immers, dat het lijden ontstaat door het verlangen. Waar geen verlangen is, zal ook geen lijden zijn. Om monniken te waarschuwen voor de verleidelijkheid van de vrouw en om ze niet naar haar te laten verlangen, werd hen dit oude Indische verhaal verteld. De vraag is echter of dit werkte, of dat ze hierdoor juist niet eerder betoverd werden door de vrouw.