oud is de vraag en het verlangen
wanneer zal de messias komen
wanneer zal er toch vrede zijn
wanneer is de ellende uitgebannen
wanneer zullen hoeders, zo omstreden
licht zien in donkere dagen, zullen
ontheemden niet voor gesloten deuren staan
zal door grijze wolken mededogen breken
pas als men oog krijgt, zei een engel
voor ’t onaanzienlijke, het weerloos broze
men de waarde ziet van ’t schijnbaar waardeloze
versleten schoenen, opgedregd, ’t gescheurde hemd
een kind in doeken in een voederbak gelegd
wat vodden, het oude ijzer, afgedankt
het droevige gelaat aan de schaduwkant
pas als men stilstaat bij ’t verworpene langs de weg