hier wordt nog voor de ziel, haar rust gebeden
daarnaast duiken kusjes uit de kosmos op
de niet geruimde graven, wijzend naar
een rijk verleden, wachten op godot
een vluchteling uit afrika te voet
lapkepoepen ooit gastvrij onthaald
ziekenzusters uit het duitse achterland
’t laat zien wat integratie doet
het naamloos lege veld voor ongedoopte
kinderen om niet te vergeten
hoe ’t ‘goh’ vlinderde op hun lippen
lichamen, als ’n geliefde jas verloren
waar het weemoedig zuchten van de wind
hun adem nawuift naar verborgen oorden